Forfait of fictie?

18

Reiskostenforfait. Eigenwoningforfait. Autokostenforfait. Forfaitaire vermogensrendementheffing. De Nederlandse belastingwetgeving zit vol met fortaitaire regelingen.

Volgens de Dikke van Dale betekent forfait: “vast bedrag dat bij het inkomen moet worden opgeteld of daarvan mag worden afgetrokken om het belastbaar inkomen te bepalen”.

De ervaring leert dat niets menselijks belastingbetalers vreemd is. Als het forfait lekker laag is, maken we met zijn allen massaal gebruik van het forfait. Denk aan de bijtelling van 4% voor elektrische auto’s. De Tesla-rijders onder ons vragen niet hoe het kan, maar profiteren ervan! We hebben het niet zelf verzonnen.

Meer moeite hebben we ermee als het forfait ons niet uitkomt. Als het forfait heel ver verwijderd is van de werkelijkheid. Want, laten we wel wezen een forfait is altijd een fictie. In de Dikke van Dale lezen we daarover, fictie: “1 literatuur met verzonnen elementen: verhalen, poëzie, toneelstukken, romans. 2 (meervoud: ficties) verdichtsel, verzinsel”.

En verzinsels die ons geld kosten kunnen we maar moeilijk accepteren. In juni van dit jaar heeft de Hoge Raad zich uitgelaten over de belastingheffing op spaargeld in box 3. In het bijzonder ging het over de vraag of het veronderstelde fictieve rendement van 4% op spaargeld geen inbreuk maakt op het grondrecht van ongestoord genot van eigendom.

Ofwel, mag je belasting heffen over een verzonnen rendement van 4% als je weet dat geen mens dat rendement op spaargeld haalt. Is het forfaitaire rendement dan eigenlijk geen vorm van gelegaliseerde diefstal? Immers, het gevolg van deze belastingwetgeving is dat je meer aan belasting betaalt dan je aan rendement hebt. Je verarmt er echt door.

Het oordeel van de Hoge Raad was teleurstellend. Nee het mag eigenlijk niet, maar binnen de grenzen van wat een overheid mag, kan op deze manier belasting worden geheven tenzij er sprake is van een individuele buitensporige last.

Ik hoor u denken, is dit nu een fictie of een forfait?  Wees gerust, het is geen van beide, want in de praktijk is een individuele buitensporige last precies één keer in een extreem geval aangetoond.

Of het nu gaat over auto’s of spaargeld, het is beter als een forfait geen verzinsel is dat ver van de werkelijkheid staat.

Een wetswijziging op dit punt is wenselijk.

Auteur: Harald Verbeek – Partner bij ABIN accountants en adviseurs.